Tips

Chondromalacia 
Dit is een van de meest voorkomende knieblessures. Het is het zacht worden of wegslijten en barsten van het kraakbeen onder de knieschijf, wat uiteindelijk resulteert in pijn en ontsteking. Het kraakbeen begint op schuurpapier te lijken omdat de knieschijf niet vlot over de knieën glijdt.

Symptomen: Pijn onder of naast de knieschijf, meestal een zeurende pijn. In de loop van een jaar wordt de pijn steeds erger. De pijn is het ergst als u op hellingen hebt gelopen. De plek kan opzwellen. In ernstige gevallen kunt u een geknars voele, en uiteindelijk zelfs horen, van het ruwe kraakbeen dat tegen kraakbeen schuurt als u de knie buigt.

Oorzaken: Overpronatie kan er de oorzaak van zijn dat de knieschijf niet correct beweegt. De quadriceps, die er in normale omstandigheden voor zorgt dat de knieschijf op de juiste wijze beweegt, kan dat niet langer doen wanneer ze vermoeid of verzwakt is. Een onevenwichtigheid tussen een zwakke quadriceps en achterdijbeenspieren (hamstrings) kan de knieschijf eveneens uit de juiste positie trekken. Lopen op hellingen, vooral bergafwaarts, kan de toestand nog verergeren, evenals altijd aan dezelfde kant van een gewelfde straat lopen, of te veel trainen.

Medische behandeling: Raadpleeg uw arts of een specialist. Hij kan op maat gemaakte steunzolen voorschrijven die moeten verhinderen dat uw voet te ver naar binnen rolt tijdens het lopen. Een chirurgische ingreep waarbij de ruwe randen van het kraakbeen weggeschraapt worden kan de pijn verzachten. Misschien hebt u het tegendeel horen beweren, maar injecties met cortisone kunnen hier niets aan verhelpen. Ze nemen alleen de pijn weg, terwijl u uw knie verder de vernieling in helpt.

Alternatieve oefeningen: Zwemmen, aqua-running, roeien. Alles wat geen of minder druk uitoefent op de knie.

Preventieve maatregelen: De quadriceps, de spieren aan de achterkant van de dijen en de kuitspieren versterken en stretchen. Als u te veel pro,atie vertoont, overweeg dan om stevige joggingschoenen te dragen die de voet niet te veel laten bewegen. Loop niet met versleten schoenen. Misschien hebt u steunzolen nodig. Vermijd lopen op hellingen of langs gewelfde wegen. Als dat niet mogelijk is, loop dan op het vlakste deel van de weg. Rust voldoende en overdrijf niet met trainen.

Bron: http://www.runnersworld.nl/advies/blessures/blessures.htm#2


Schoenen langs de wetenschappelijke meetlat 
Elk half jaar verschijnen nieuwe modellen in de winkel. Maar voldoet de bouw van loopschoenen nog wel aan de geldende wetenschappelijke maatstaven, zeker nu die kennis rap toeneemt? In een artikel in Runner's world geven diverse deskundigen antwoorden op al deze vragen.
 
Wat heeft de sport-schoenenindustrie geleerd van de wetenschap?
 Veel wetenschappelijke kennis wordt vroeg of (meestal) laat in loopschoenen toegepast. Zo toonden de geleerden aan dat het beste dempingssysteem niet in uw loopschoenen zit verstopt, maar in uw eigen lichaam. De talloze buigingen van de gewrichten in voeten, knieën en heupen zijn superieur aan de mogelijkheden van uw schoenen. Daarom wordt zelfs gesproken van ?de mythe van schokdemping in loopschoenen?.
Bij metingen van de krachten die uw schoenen op de grond uitoefenen, worden keer op keer slechts marginale verschillen gevonden. Ongeacht welke schoenen en zolen worden gebruikt. Het lichaam daarboven past zich steeds aan de ondergrond en het schoeisel aan. Bovendien reageert het lichaam sneller dan het schoeisel, zelfs al voordat u met uw schoenen de grond aanraakt. Dit danken we aan de kunst van het lichaam om de eigen positie, houding en beweging in de fysische ruimte waar te nemen (proprioceptie). We kunnen daardoor vroegtijdig anticiperen op wat komen gaat.

Wat hebben we dan aan alle in (tussen-)zolen verpakte kennis en materialen?
Bij uw individuele gang over deze aardbol past ook een individuele zool. Die vinden is knap lastig. Gezien de harde, ongelijke ondergrond kunt u echter niet zonder, ondanks de wetenschap dat blootsvoets lopen ons van nature beter ligt. Met te veel demping, en vooral te zachte demping, riskeert u blessures. Zo klinkt het relatief nieuwe begrip voorvoetdemping mooi, maar hoeft het dat helemaal niet te zijn. Helaas voelt een schoen met zachte demping in de winkel wel aangenaam aan, wat de aankoop stimuleert...
Zorg dat de zolen in elk geval bij uw voettype en loopstijl passen. De juiste keuze is een kwestie van ervaring, goede én slechte. Ook mag uw lichaam niet worden overbelast, wat u voorkomt met een adequaat trainingsschema en gezond verstand. Helaas is de kwaliteit van tussenzolen die gemaakt zijn van EVA, zeer wisselend. De Belgische deskundige Jean-Pierre Wilssens test met zijn meetapparatuur alle schoenen die zijn winkels in- en uitgaan. Hij keurt telkens zeer veel paren af. Het EVA blijkt vaak niet zo hard als vooraf is beloofd. De levensduur van EVA is ook nog eens tamelijk beperkt.

Zit ik met de juiste zool verder goed?
Nee, helaas bent u er dan nog niet. Sinds ruim twintig jaar weten lopers dat ze proneren en daar is verder helemaal niets mis mee. Nadat u op de hiel bent geland, zet u de rest van de voet neer en zakt de voet in. Zo zorgt het lichaam zelf voor een deel van de schokdemping. De voet kantelt daarbij van buiten naar binnen en de middenvoet (voetboog) zakt iets door. Allemaal prima, als de voet daarna maar weer snel stabiel en recht vooruit kan werken aan de afzet. Het proces waarbij de pronerende middenvoet terechtkomt in een stabiele, vooruitgerichte afzetfase, heet resupinatie, een term die de fabrikanten steeds vaker bezigen. Hiernaast een voorbeeld van de rechtervoet.
 
En daarnaast is er toch ook nog supinatie en overpronatie?
 Klopt. Het vrij zeldzame supineren houdt in dat de voet, gezien vanuit een neutrale stand, te veel naar de buitenkant overhelt. Bij overpronatie kantelt u juist te veel naar binnen. Vooral dat laatste is een probleem, althans zo werd ons altijd door de betrokkenen in de industrie voorgespiegeld. Daarom worden aan de binnenkant van de schoenen (mediale zijde, ofwel linkerkant rechterschoen of rechterkant linkerschoen) allerlei systemen ingebouwd om overpronatie te voorkomen. Zo kunnen de merken zich bovendien onderscheiden met eigen ?fantastische? vondsten, het liefst ook duidelijk zichtbaar. Veel lopers klagen echter over de schoenen die ze, ter voorkoming van overpronatie, kregen aangemeten, terwijl ze uiteindelijk neutrale schoenen nodig bleken te hebben.

Klopt dit alles dan niet meer? Runner?s World/Runnersweb heeft dit toch ook altijd geschreven?
Wij hebben in 2001 de ?uitvinder? van het concept overpronatie geciteerd, de in Canada werkzame professor Benno Nigg, die zijn theorie zelf op de helling zette. Het probleem was dat de fabrikanten nog niets anders te bieden hadden. Inmiddels kennen we steeds meer modellen die overpronatie te lijf gaan zonder opvallende ingrepen aan de binnenkant van de schoenen. Met name Mizuno is sterk bezig op dit gebied. Nike experimenteert nadrukkelijk op dit terrein, en Asics, Karhu en Pearl Izumi presenteerden in 2006 schoenen zonder de traditionele overpronatiecorrectie, maar wel bedoeld voor mensen die overproneren.
Simon Bartold, bij Asics de ontwikkelaar van de nieuwe Gel Kinsei (foto), stelt onomwonden: ?We hebben de technologie in huis om niet langer gebruik te hoeven maken van zolen met twee hardheden.? Die methode, met een hardere component aan de binnenkant van de tussenzool, is de meest gebruikte vorm van overpronatiecorrectie. En dat corrigeren komt in een steeds kwader daglicht te staan. Asics spreekt daarom inmiddels bij sommige modellen in dit segment van structured cushioning, wat meer op dempen slaat dan op corrigeren.
 
Waarom is dat corrigeren dan zo dubieus?
Ten eerste omdat de diverse systemen steeds vaker de voet en dus het lichaam beletten om biomechanisch goed te functioneren. Podotherapeut Waldo Baas legt uit waarom:
?Veel aandacht die overpronatie ten deel valt, gaat ten koste van het normale proneren. In de voetbeweging vindt een versnelling plaats van de buitenkant, de laterale zijde, naar de mediale zijde. De overgang van deze low gear naar high gear gebeurt over het kopje van het tweede middenvoetsbeentje. Dit is het gewricht waaraan de tweede teen vastzit. Zo kunnen we met het grote-teengewricht druk op de onder-grond laten opbouwen. De grondreactiekracht ? actie is immers reactie ? onder het grote-teengewricht geeft ons lichaam informatie over onze voetenstand. En zo kan het gewricht met kracht afzetten.
Om een zo efficiënt mogelijke loop te houden, is het dus van belang om het grote-teengewricht die functie niet te onthouden. Wordt de achtervoet door een voorziening tegen overpronatie een meer laterale weg opgestuurd, dan wordt de voorvoet een deel van zijn afwikkelsnelheid onthouden.?
Ten tweede omdat lopers die overproneren, vaak niet weten hoe zij dat doen: in de achter-, midden- of misschien zelfs voorvoet. Zit de correctie op de verkeerde plaats, dan liggen blessures aan knieën, achillespezen en rug op de loer. Bartold: ?Overpronatie van de middenvoet komt het meeste voor. Het lastigste is echter overpronatie van de voorvoet, want dat druist helemaal in tegen de natuurlijke gang van zaken. De voet kan dan ook niet meer goed afzetten.?
Twee zeer ingenieuze technieken om dat laatste in goede banen te leiden, zijn Space Trusstic (Asics) en Warp (Nike), maar daarvan zegt professor Peter Brüggemann: ?Deze technieken lijken op papier plausibel, maar we hebben de werking wetenschappelijk niet kunnen vaststellen of bewijzen.? Schoenen zijn inmiddels vaak zo volgestouwd met technieken dat een verwarrende en potentieel gevaarlijke kluwen van biomechanische bewegingen kan ontstaan.

Ten derde zijn er lang niet zoveel overproneerders als wel is gedacht. Brüggemann zocht in en om zijn Sporthochschule proefkonijnen, maar kon ze ternauwernood vinden. Het aantal modellen in het segment overpronatie neemt de laatste jaren dan ook af. Functioneert een schoen uiteindelijk wél goed, dan belanden de voeten vaak in een luie stoel. De betrokken spieren hoeven minder hard te werken, wat een twijfelachtig voordeel oplevert. Uw lichaam verzwakt immers op die manier.
 
Horen we dat de laatste tijd niet vaker?
Klopt! En dat komt door de Nike Free (foto), een conceptuele schoen die de voet veel minder beschermt en veel meer zelf laat werken. Let wel: het is absoluut geen schoen voor de training, maar wel voor de warming-up. Brüggemann bestudeert het niemendalletje al geruime tijd en kwam tot diverse ontdekkingen.
Zo hebben zijn proefkonijnen een spier, de flexor hallucis longus, die 20 procent sterker is geworden. Die spier loopt vanaf het kuitbeen door het enkelgewricht naar de grote teen en werkt mee aan de overpronatiecorrectie en de afzet. Deze zelden onderzochte spier is echter een vrij geringe factor in het geheel, aldus (sport)fysiotherapeut Hans Koning. Brüggemann zag wel een ?extreme? verbetering bij het balanceren van zijn proefobjecten op een wiebelige oefentol, maar daar gaat u niet harder van lopen.
Ook een kwestie van puntjes op de i is zijn nieuwe concept van zero-passing, wat verband houdt met het gemiddelde van de krachten die op de lopende voet inwerken. Hoe sneller dat gemiddelde zich door de voet naar voren verplaatst, hoe beter. Brüggemann heeft met zijn studenten gemeten dat die krachten zich in het hielgedeelte van bepaalde schoenen sneller verplaatsten. En zo konden diverse spieren beter en eerder in stelling worden gebracht tegen onder meer overpronatie. Overigens zijn het kleine verschillen, zegt de Duitser, die hooguit voor toplopers interessant zijn.
 
Wat is de conclusie?
Dat de schoenenindustrie in een overgangsfase zit, die we lang niet hebben meegemaakt. Ervaren lopers herinneren zich allicht dat in het midden van de jaren tachtig voor het eerst schoenen werden geproduceerd met een correctie aan de binnenkant. Ook tamelijk revolutionair was de introductie van een torsie-element in de zool onder de middenvoet, bijna vijftien jaar geleden. Zo zou de voet natuurlijker kunnen bewegen. Het eerste experiment faalde jammerlijk, maar inmiddels bezit nagenoeg elke schoen een vergelijkbaar systeem.
En nu zitten we midden in een volgende, meer evolutionaire ontwikkeling, die overigens al jarenlang door de schoenenmerken in woorden wordt beleden: ?We leren veel van de bouw van de voet en willen de schoenen zó maken dat de biomechanica van de voet nauwkeurig wordt nagebootst.?
De meeste fabrikanten weten de daad steeds beter bij het woord te voegen, terwijl wij tegelijkertijd pleiten voor meer specifieke voettraining (maak ze sterker!), zodat de schoenen minder werk hoeven op te knappen. Rest de vraag of een schoen met minder ingebouwde technieken ? en dus goedkoper ? commercieel interessant is voor de industrie.

Bron: http://www.runnersweb.nl/runnersweb/show/id=63173


De luchtwegen 
Onderzoekers hebben geconstateerd dat naarmate de inspanning vordert, het volume van de ademteug geringer wordt, terwijl de ademfrequentie blijft stijgen. Dat duidt op inspanningsastma. Een op de vijf topsporters klaagt daarover. Dat heeft enorme implicaties voor het prestatievermogen, maar is goed te behandelen met medicijnen - die overigens weer een prestatiebevorderende bijwerking kunnen hebben en zodoende op de lijst van verboden stimulerende middelen staan. Wees uzelf daarom bewust van het functioneren van uw uw ademhalingsorgaan.

Het ademhalingsorgaan
Het ademhalingsorgaan wordt verdeeld in een bovenste en onderste deel. De neus behoort met de mond-keelholte en het strottenhoofd tot de bovenste luchtwegen. De luchtpijp vormt met de bronchiën en de longblaasjes, die omgeven worden door het borstvlies en de borstkas, de onderste luchtwegen.

Neus en longen
De neus zorgt voor het verwarmen, bevochtigen en reinigen van de ingeademde lucht, doch heeft een beperkte capaciteit. Hierdoor is het tijdens inspanning onmogelijk alleen via neusademhaling voldoende lucht in de longen te krijgen. De lagere ademhalingswegen komen dan in aanraking met vaak vuilere en onverwarmde lucht, waardoor de kans op irritatie van de luchtwegen kan toenemen. In de grote hoeveelheden kleine longblaasjes vindt uiteindelijk, nadat de lucht via de keel en bronchiën deze microscopische, tere weefsels heeft bereikt, de uitwisseling van zuurstof en koolzuurgas plaats.

De longen hebben een grote ventilatiecapaciteit, waardoor bij een afname van de longfunctie niet onmiddellijk klachten zullen ontstaan bij sportbeoefening. Dit is anders bij de verschillende soorten aandoeningen van de luchtwegen, zoals die bij een grote groep ogenschijnlijk gezonde mensen kunnen optreden.

Aandoeningen van de luchtwegen
De term chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen, afgekort cara, is een verzameling ziekten en symptomen van de luchtwegen, die gepaard gaan met chronisch of herhaaldelijk hoesten, soms met het opgeven van slijm en klachten van kortademigheid of piepen op de borst. Het gemeenschappelijk kenmerk is de belemmering van de ademhaling. Infecties door bacteriën of virussen kunnen de klachten verder doen toenemen.

Cara treedt vaak op als gevolg van een verhoogde gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei stoffen waarmee wij als mens in aanraking komen. Zo kunnen rook, mist, koude lucht en allerlei soorten luchtverontreiniging een overprikkeling van de slijmvliezen van de luchtwegen bewerkstelligen. Bij gezonde mensen zullen deze stoffen en omstandigheden echter niet tot reacties van de ademhalingsorganen leiden.

Sportbeoefening door cara-patienten
Tijdens sportbeoefening neemt de hoeveelheid lucht die de sporter via de luchtwegen transporteert, sterk toe om voldoende zuurstof via de longblaasjes in het bloed te brengen en om het koolzuurgas uit het bloed af te voeren. Cara-patiënten hebben door een verminderde longfunctie een relatief tekort aan ademlucht, en kunnen dus onvoldoende zuurstof naar het bloed brengen. Hierdoor ontstaat benauwdheid en een snellere vermoeidheid. Veel mensen hebben onder die omstandigheden de neiging om hun sportactiviteiten te beperken, zodat de conditie gaat afnemen. Een vicieuze cirkel, die niet in het belang is van de gezondheid van de sporter met cara. Sportbeoefening met cara is goed en verantwoord mogelijk. De conditie van hart en vaten neemt toe, de longfunctie verbetert, en kracht en uithoudingsvermogen van de spieren - dus ook van de ademhalingsspieren - worden vergroot.

Regelmatige lichamelijke inspanning met een zo goed mogelijke longfunctie dient dus het doel van iedere atleet met cara te zijn. De training behoort geleidelijk in intensiteit toe te nemen, om benauwdheden en hoestprikkels zoveel mogelijk te voorkomen. Een verbeterde longfunctie zal de conditie positief beïnvloeden en de sporter meer zelfvertrouwen schenken.

Medicijngebruik bij aandoeningen aan de luchtwegen
Sportbeoefening is met medicijnen meestal heel goed mogelijk, al moet bedacht worden dat sommige van deze middelen op de dopinglijst staan. Dit heeft in het verleden al menigmaal geleid tot diskwalificatie van sporters met cara, die met behulp van medicijnen hun prestaties wilden normaliseren. Topsporters moeten dus alert blijven bij het gebruik van deze op zich nuttige geneesmiddelen.

Indien er een luchtweginfectie ontstaat, worden vaak antibiotica gegeven om verdere beschadiging van de luchtwegen en complicaties als een longontsteking te vermijden. Bij algemene malaise en koorts is sportbeoefening slecht. De training kan pas weer voorzichtig hervat worden als deze verschijnselen verdwenen zijn. Overleg met de behandelend arts is in dit geval raadzaam.

Inspanningsastma
Ongeveer vijf tot tien minuten na het begin van de sportbeoefening merken sommige sporters dat de ademhaling moeilijker wordt. Vooral de uitademing is belemmerd door een vernauwing van de luchtwegen. De piepende uitademing, soms met wat hoesten, blijft ook nog enige tijd na het stoppen met de inspanning aanwezig en verdwijnt dan geleidelijk.

Als verklaring voor dit fenomeen wordt gedacht aan een reactie van de luchtwegen door afkoeling van de slijmvliezen. De afkoeling en verontreiniging zijn het grootst bij het met wijd open mond inademen van koude, droge lucht. Tempo- of intervaltraining in koude weersomstandigheden, zoals we die hier zo vaak kennen, vergroot de kans op dit soort klachten.

Er zijn genoeg medicijnen via de huisarts verkrijgbaar, die de reactie van de luchtwegen op inspanning kunnen beperken. Wanneer deze middelen van tevoren via bijvoorbeeld een inhalator of aërosol worden toegediend, dan is sportbeoefening vaak klachtenvrij of met aanmerkelijk minder klachten mogelijk. Een goede en geleidelijk opgebouwde warming-up kan de ernst van de klachten van inspanningsastma ook beperken. Tevens zal hopelijk duidelijk zijn dat hardlopen op smogrijke dagen in de zomerperiode vooral voor mensen met aanleg voor luchtwegklachten sterk af te raden is.

Bron: http://www.runnersweb.nl/runnersweb/show/id=9232


De gevolgen van Testosteron 
De laatste weken kwam de term 'Testosteron' vaak in het nieuws. Dit product wordt gebruikt als geneesmiddel maar kan ook heel kwalijke gevolgen hebben. Hieronder volgt een verhaal van een Duitse Kogelstootster die een teveel aan 'Testosteron' heeft genomen.

Door testosteron heet Heidi nu Andreas

Doping verwoestte leven van Europese kampioen(e) discuswerpen

Net twintig jaar geleden wierp niemand de discus verder in het Europees kampioenschap dan de Oost-Duitse Heidi Krieger. Ze nam toen meer testosteron dan Ben Johnson ooit innam. Negen jaar geleden liet Heidi zich ombouwen tot Andreas, ze kon niet anders. Lees het ontnuchterende verhaal over één van de ergste uitwassen van doping ooit.

Renner Floyd Landis en spurter Justin Gatlin, betrapt op doping met testosteron, passen beter op hun tellen. Waarschijnlijk kennen ze het levensverhaal niet van Heidi Krieger, veertig nu.

Op haar dertiende maakte Krieger kennis met de atletiek. Ze groeide op in de Duitse Democratische Republiek. Communisten waren aan de macht, dopinggebruik werd door de staat georganiseerd om het kapitalistische Westen (West-Duitsland en de Verenigde Staten) en de Sovjet-Unie, het communistische broederland, de loef af te steken.

Heidi trekt op haar veertiende naar de Sportschool in Berlijn. Het effect blijft niet uit: in 1981 gooit ze de kogel al 14 meter ver, in 1982 16 meter, in 1984 als achttienjarige zo'n 20 meter. (Veerle Blondeel is Belgisch recordhoudster met 16,70 meter.) Na de val van de Muur in 1989 en de samensmelting van Oost- en West-Duitsland tot Duitsland, in 1989, raakt bekend hoe het DDR-dopingsysteem werkte. In 1982 nam Krieger, Sporter 54 in het dopingprogramma en pas zestien jaar, 885 milligram Oral-Turinabol, een mannelijk hormoon. Al op haar vijftiende nam ze voor het eerst testosteron. ,,Iedereen neemt dat'', zegt een trainer haar.

,,Ik nam ze blindelings, want ze kwamen van mijn trainer, niet van de dokter: het kon dus niks slechts zijn.''

,,Michelin-mannetje''

Een half jaar later passen haar kleren niet meer en voelt ze zich ,,als een Michelin-mannetje''. Een jaar later is ze toe aan 1.820 milligram testosteron en viert ze een Europese juniorentitel in het discuswerpen en kogelstoten. In 1984 neemt ze zelfs 2.590 milligram per jaar, ongeveer 1.000 milligram meer dan Ben Johnson in 1988. Die Canadese sprinter verloor dat jaar het goud op de 100 meter in de Olympische Spelen in Seoel. In een studie schrijft een Oost-Duitse professor nochtans dat de grens van 1.000 milligram anabolica of spierversterker per jaar ,,in geen enkel geval'' mag worden overschreden. Datzelfde jaar verblijft Krieger een halfjaar in het ziekenhuis wegens vraatzucht: de neveneffecten worden duidelijk.

Krieger vermoedt dat er iets niet in de haak is, al zegt de coach dat het vitaminen zijn. Ze krijgt de blauwe pillen in een aluminiumfolie, samen met anticonceptiepillen. Haar spiervolume neemt toe, haar stem wordt zwaarder en de haren groeien op haar buik tot de navel. Ze begint er als een man uit te zien. Maar in 1986 staat Krieger tijdens het Europese kampioenschap wel mooi op het podium van het kogelstoten te blinken met goud, na een onwaarschijnlijke worp van 21,10 meter. Ze weegt dan 100 kilo en meet 1,87 meter. In Stuttgart, een stad in West-Duitsland, de ideologische vijand van wie Oost-Duitsland in 1961 was afgescheurd. Doet dat deugd.

,,Het enige wat ik kon was sporten'', zei ze. ,,Ik kon reizen, kreeg erkenning, had het gevoel dat ik er toe deed. Dat is wat ik wilde: iets betekenen. Ik vond dat ik het verdiende, omdat ik ervoor werkte.''

Baarmoeder en borsten weg

Maar dan gaat het bergaf met de prestaties. Als Krieger op de vierde plaats blijft steken in het EK 1987, wordt ze behandeld ,,alsof ik een uitreisvisum had aangevraagd''. Het ergste verwijt dat een DDR-burger kan krijgen, alsof ze de staat wilde verraden. Rond deze tijd verergeren de problemen: ze heeft rug-, heup- en spierklachten en kan soms alleen trappen opgaan door zich aan de reling voort te slepen. Later zal blijken dat haar bekken scheef stond, en dat ze nooit aan topsport had mogen doen. Krieger ligt ook in de knoop met zichzelf. Rokken draagt ze niet. Op straat roepen mensen hoer, travestie of homosexueel naar haar. Ze had nooit een liefdesrelatie met een man. Wel met twee vrouwen, maar ze beschouwde zichzelf niet als lesbisch, zei ze. Ze voelt zich een man in het lichaam van een vrouw. In 1991 wordt ze geopereerd aan de knieën en heupen en breekt ze haar carrière af. ,,Ik viel in een diep gat.'' Als er een boek verschijnt waarin ze opduikt als 'Hormonen-Heidi' durft ze het zwembad niet meer in en gebruikt ze geen openbaar vervoer meer. Het gaat stijl bergaf met de oud-kampioene. Op een dag in 1994 kruipt ze in bad met een scheermes om haar polsen door te snijden. Haar herdershond Rex komt de badkamer binnen: het was tijd voor een wandelingetje. Krieger gaat een blokje om met Rex en pleegt geen zelfmoord. Een jaar later leert ze een transseksueel kennen. In 1997 laat ook zij haar baarmoeder, eierstokken en borsten wegnemen, ,,om eindelijk als meneer Krieger door het leven te gaan''.

Krieger wil geen medelijden maar gerechtigheid. ,,De artsen in de DDR hadden het licht op rood moeten zetten'', zegt ze. Tegelijk zegt Krieger heel eerlijk dat de geslachtsoperatie niet alleen te maken heeft met dopinggebruik. ,,Doping heeft de neiging alleen maar versterkt.'' En, o ironie, minstens tot voor een paar jaar geleden moest Krieger elke drie weken een spuitje met testosteron krijgen, omdat zijn lichaam geen mannelijke hormonen produceert.

Getrouwd met dopingzwemster

Op zijn 38ste trouwde hij, met Ute Krause, een voormalige Oost-Duitse zwemster van 41 die ook doping kreeg toegediend: tot dertig pillen per dag.

Krause probeerde ooit ook zelfmoord te plegen, met vodka en pillen, en had twintig jaar lang last van vraatzucht. ,,De mensen moeten weten wat er gebeurd is en welke neveneffecten doping kan hebben'', zegt Krieger, die last heeft van stemmingswisselingen, van depressieve tot euforische gevoelens, zelfmoordgedachten inbegrepen. ,,Ze hebben me gebruikt, zoals een machine.''

Ongeveer 500 tot 2.000 voormalige Oost-Duitse atleten hebben ernstige gezondheidsproblemen, nadat ze verboden spierversterkende middelen genomen hadden. Het lijstje problemen bevat levertumoren, hartziekten, teelbal- en borstkanker, onvruchtbaarheid, depressie en eetstoornissen. Vrouwelijke atleten kregen miskramen of zetten kinderen met misvormingen op de wereld, zoals klompvoeten. In 2002 zette de Duitse overheid een schadefonds op, 311 atleten waaronder Andreas Krieger dienden een schadeverzoek in. ,,Ik moet aanvaarden dat Heidi een deel van mijn geschiedenis is'', zegt hij. ,,Hoe opener ik erover praat, hoe minder problemen ik heb. Ik mag haar bestaan niet ontkennen.''

Bronnen: de kranten Die Welt en The New York Times

Bron: http://www.sportwereld.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=GE0VUQ4N


Spierstijfheid 
Spierstijfheid

Een pijnlijke ?day after?
Spierstijfheid treedt meestal op de dagen na een uitzonderlijke fysieke inspanning. Ze kan enkele dagen aanhouden en verdwijnt zonder sporen na te laten.

Waar komt ze vandaan?

Spierstijfheid wijst op spierbeschadiging. Door de verzuring en de uitzonderlijke belasting zijn er heel wat vezels gescheurd. Hun bestanddelen hebben zich verspreid buiten de cel, wat een ontstekingsreactie uitlokt. Gelukkig beschikt de spier over een verbluffend regeneratievermogen: hij herstelt volledig spontaan. We kunnen trouwens niet veel doen om dat proces te versnellen.
Hardlopers lopen een bijzonder groot risico:
  • de letsels verergeren door de schokgolven die ontstaan telkens als de voet neerkomt op de grond.
  • hardlopen leidt voortdurend tot ?excentrische? contracties; bij afdalingen moeten de spieren weerstand bieden tegen rekbelasting.

    Enkele tips

  • wacht een paar dagen tot de spier vanzelf herstelt
  • stop niet bruusk na een zware inspanning, maar blijf lichtjes dribbelen, zodat het melkzuur wegkan
  • doe stretchoefeningen na de inspanning
  • verhoog beetje bij beetje het weerstandsvermogen van uw spier, maar ga nooit over de grens
  • neem geen aspirine of andere ontstekingsremmers: ze verdrijven weliswaar sneller de pijn, maar verzwakken uiteindelijk de spierweerstand
  • sommige sporters hebben baat bij een koudebehandeling na de inspanning, bijvoorbeeld hun benen onder een ijskoude waterstraal houden
  • ook warme baden bieden een zekere verlichting tijdens de pijnpiek, die meestal optreedt twee dagen na de inspanning.

    Bron: http://www.sport.be/running/ing/2005/nl/tips/gezondheid/spierstijfheid/


  • Beenlengteverschil 
    Heeft u een beenlengteverschil? Wees gerust: dat kan geen kwaad. Althans, een beenlengteverschil van één centimeter kan het lichaam goed verwerken. En bovendien zijn mensen zonder beenlengteverschil dun gezaaid. Doe de thuistest, en voorkom klachten.
    Een te groot verschil kan echter een onafzienbare rij blessures opleveren, waaronder vooral chronische knie-, heup- en lage-rugklachten. Of u wijkt (al lopende) continu van de rechte lijn af. Doe daarom deze makkelijke thuistest.

    Zorg eerst voor een goede waterpas. Ga vervolgens op de grond zitten, met de rug tegen een muur, de knieën opgetrokken en de voeten plat op de grond. Zorg dat uw onderrug goed de muur raakt en dat uw hielen dezelfde positie hebben. Plaats dan de waterpas op uw knieën.

    Als nu het luchtbelletje behoorlijk van het midden uitwijkt, is het raak. U dient dan - via de huisarts - een deskundige in te schakelen en zult uiteindelijk een verhoging in uw schoen krijgen aangemeten. Die past in sport- en dagelijks schoeisel en kan een vrij goedkope oplossing blijken te zijn voor veel (mogelijke) ellende.

    Bron: http://www.runnersweb.nl/runnersweb/show/id=15857


    Blaren 
    Blaren zijn vervelend en pijnlijk. Ze worden veroorzaakt door wrijving, meestal doordat uw schoenen of sokken langs uw huid schuren. Alles wat wrijving vergroot, kan een blaar doen ontstaan. Dus ook een sneller tempo, schoenen met slechte pasvorm en voetafwijkingen, zoals eeltknobbels, hielspoor en hamertenen.

    Warmte en vochtigheid versterken de wrijving, omdat uw voeten opzetten. Dat verklaart waarom veel lopers blaren krijgen tijdens wedstrijden, met name tijdens marathons. U zweet meer, loopt sneller en langer, stapt in plassen bij de drankposten en -als het warm is- giet water over uw hoofd.

    Het lichaam reageert op de wrijving door vocht te produceren. Het vocht hoopt zich op onder dat deel van de huid waar de wrijving plaatsheeft. Dat veroorzaakt druk en pijn. En wanneer de wrijving ook kleine bloedvaten kapotmaakt, ontstaat een bloedblaar.

    Het behandelen van een blaar
    Blaren brengen geen gezonheidsrisico?s met zich mee, maar moeten wel voorzichtig behandeld worden. Een blaar kan namelijk geïnfecteerd raken en gaan ontsteken, bijvoorbeeld wanneer deze met een ?vieze? naald wordt doorgeprikt. Dan is er plotseling sprake van een serieus probleem.

    Grote blaar
    Als u een grote blaar hebt, prik deze dan door en laat hem leeglopen. Was eerst uw handen en steriliseer de naald met alcohol. Houd de naald nooit in een vlam. Daardoor komen er koolstofdeeltjes in de wond en deze kunnen voor nog meer irritatie zorgen.
    Na het doorprikken van de blaar drukt u voorzichtig het vocht uit het gaatje. Bedek de blaar vervolgens met een goed afsluitend verband, zodat bacteriën niet de kans krijgen binnen te dringen. Het verband kunt u af en toe verwijderen om de voet te weken in de soda. Breng daarna een nieuw verband aan. Het is aan te raden het verband te dragen totdat de huid zich weer herstelt.

    Kleine blaren
    Mocht u een kleine blaar hebben, laat deze dan intact. De huid fungeert als beschermlaag over een steriele omgeving. Bovendien, als er weinig vocht in de blaar zit en u probeert deze door te prikken, kan de blaar gaan bloeden. Daarmee veroorzaakt u andere problemen. Laat kleine bloedblaren daarom ook met rust. Anders loopt u het risico bacterieën in het bloed te krijgen.

    Om kleine blaren te beschermen kunt u een rondje van schuimrubber of vilt gebruiken. In het midden hiervan knipt u een gat ter grootte van de blaar. Bedek het geheel met een verbandgaasje. De blaar zal indrogen en vanzelf genezen.

    Voorkom blaren
    Om blaren te voorkomen, dient u uw voeten goed te verzorgen. Net als een bezwete huid is ook een te droge huid gevoelig voor wrijving. Gebruik daarom dagelijks een vochtinbrengende crème of lotion om de vochtigheid van de huid op peil te houden.

    Kies de juiste sokken. Synthetische sokken zorgen voor de transport van het vocht, weg van de huid. Katoen mag dan lichter zijn, maar het houdt vocht vast. Sokken met verstevigde hielen en tenen helpen ook de wrijving reduceren.

    Loop met een gladde huid. Smeer uw voeten van tevoren in met vaseline of een ander smeermiddel. Of gebruik tape dat ook blijft zitten als het nat is. Beide methoden vormen een beschermende laag tussen uw huid en uw sok.

    Draag twee paar sokken. Hierdoor ontstaat de wrijving tussen de sokken en niet tussen de sok en uw huid. Mochten uw schoenen daardoor te krap worden, neem dan een half maatje groter; zolang uw voet maar niet gaat slippen in de schoen, waardoor blaren weer een kans krijgen.

    Let op de pasvorm. Schoenen die te krap zitten, veroorzaken blaren onder de tenen en bij de rand van uw nagels. De ruimte tussen uw langste teen en het einde van de schoen moet ongeveer een halve centimeter zijn. En uw sokken moeten probleemloos passen, zonder een verfrommeld teveel aan stof bij de tenen en/of de hielen.

    Bron: http://www.runnersweb.nl/runnersweb/show/id=1555


    Hitte en lopen 
    Wat is zweten?
    Zweten doe je continu, ook als je niet in beweging bent of slaapt. Tijdens een inspanning of warmte ga je automatisch meer zweten. Dit komt omdat het lichaam tijdens de inspanning opwarmt en naar verkoeling zoekt. Deze verkoeling wordt gevonden in het afscheiden van vocht uit het bloed dat door de huidlagen stroomt.

    Als je een grote inspanning doet tijdens hoge temperaturen gaat het lichaam meer bloed door de huid moeten sturen om vocht te kunnen afscheiden. Hierdoor krijg je als gevolg dat het bloed minder vloeibaar wordt (gevolg: harder kloppen hart) en dat er minder bloed voorradig is dat door de spieren kan lopen. Dit geeft als gevolg dat de spieren onvoldoende bevoorraad worden en automatisch minder gaan presteren.

    Om het lichaam continu door te laten zweten moet je een liter water per uur drinken tijdens een training in de hitte.

    Zweten heeft ook een klein nadeel, je verliest waardevolle mineralen. Daarom is het verstandig mineraalwater (met natrium) vruchtensap of isotonische drank tot je te nemen.

    Opgepast OZONALARM!!
    Bij hoge temperaturen vormt zich door de UV-straling van de zon ozongas. Dit gas irriteert de luchtwegen en kan in de longen ontstekingen van de longblaasjes veroorzaken en zo de ademhaling beïnvloeden. Dit kan leiden tot lichthoofdigheid, hoofdpijn en zelfs astma-aanvallen.

    Bij welke temperaturen kan men trainen?
    Experts raden aan alleen bij temperaturen onder 25 graden Celsius te trainen.

    Warmte heeft een negatieve invloed op je prestaties. Wie wel eens heeft deelgenomen aan een wedstrijd tijdens grote hitte, die weet dat hij enkele dingen kan vergeten tijdens deze wedstrijd zoals b.v. een goede tijd. Dit komt vanwege het feit dat het lichaam kiest voor afkoeling. Het meeste bloed circuleert dan in de oppervlakkige circulatien, hierdoor krijgt het spierweefsel onvoldoende zuurstof en voedingstoffen. De spieren werken dan als bij een sprinter, in het anaërobe bereik. Het gevolg: Het lichaam kan geen normale prestatie neerzetten.

    Tips:
  • Doe geen zware inspanningen overdag. Wil je toch trainen doe je dit best in de morgen.
  • Drink voor het lopen veel sappen met magnesium, natriumrijk mineraalwater, groentesap en vruchtenthee.
  • Begin de training goed gehydreert.
  • Bij loopbelastingen van langer dan een uur moet je onderweg drinken. Vermijdt koffie en alcohol. Bij extreme hitte kan je best om de 15 minuten 200ml water drinken ook al heb je geen dorstgevoel.
  • Eet mineraalrijk.
  • Draag lichtkleurige kleding, zoals luchtige shirts, korte broek en eventueel een cap met nekbescherming.
  • Wrijf potentiële schuurplekken, zoals onder je armen en tussen je benen, in met vaseline. Bescherm je tepels.
  • Vermijdt directe zonnestraling en ozon, loop s ?morgens en s? avonds en vooral op schaduwrijke plekken.
  • Maak je hoofd en shirt nat met water.
  • Draag dunne synthetische sokken die niet dubbel gaan zitten.
  • Zoek tijdens het lopen de schaduw op en loop op plekken waar de wind waait.
  • Vul onmiddellijk na het lopen het vocht te kort aan, vermijdt alcohol, die verzwakt het immuunsysteem en verlangzaamt het regeneratievermogen. Water, vruchtensap, isotone dranken zijn hiervoor het beste.
  • Bij opkomende hoofdpijn, krachtverlies, lichthoofdigheid stop je best met lopen en zoek naar een frisse plaats.

    Tot slot nog enkele nuttige links:
  • Sporten in de hitte
  • Wat is ozon?
  • Hittegolf en ozonpieken
  • Wat is zweten?
  • Onvoldoende zweetproductie
  • Tips voor bescherming tegen hitte



  • Koolhydraten stapelen 
    Het is bijna zover, uw volgende marathon komt eraan. Het is de hoogste tijd om wat minder te trainen en koolhydraten te stapelen. In tegenspraak met de marathonwetten is het nu dus tijd voor extra rust, een dutje tussendoor en een lekker roomboterkoekje.

    Wat is nu precies 'koolhydraten stapelen', hoe doe je dat en wat is het nut daarvan?

    Koolhydraten kun je omschrijven als een verzamelnaam voor zetmeel en suikers. Het aanleggen van reserves gaat het beste als koolhydraatrijk voedsel wordt geconsumeerd in combinatie met rust. Gedurende de spijsvertering worden de delen afgebroken tot glucose, dat we in opgeslagen vorm glycogeen noemen. De hoeveelheid glycogeen die een individuele loper kan opslaan is bepalend voor de tijdsduur waarover die loper hetzelfde hoge wedstrijdtempo kan aanhouden.

    Het aanleggen van een glycogeenvoorraad via de consumptie van koolhydraten gaat het best op de volgende twee manieren:

  • Een afname in trainingsintensiteit ofwel meer rusten. Hierdoor wordt supercompensatie (tapering) opgeroepen en komt u in vorm.

  • Een duidelijke toename in de dagelijkse consumptie van koolhydraatrijk voedsel. Dit mag in de laatste week voor de marathon oplopen tot maximaal 70% van de totale voedselconsumptie. Hierdoor worden de rustende spieren volgeladen met glycogeen. Het extra glycogeen zorgt ervoor dat het moment van totale uitputting zover mogelijk naar voren wordt geschoven. Als het een beetje meezit loopt u dus niet tegen de muur of man met de hamer aan.

    Koolhydraten is zoals gezegd een verzamelnaam voor zetmeel en suikers. Zetmeel zit onder andere in brood, aardappelen, peulvruchten, volkorenproducten, pasta en rijst. Suikers zijn onder te verdelen in natuurlijke suikers zoals melksuiker (lactose), vruchtensuiker (fructose) en pure suiker (sacharose). Lactose komt onder andere voor in melk, karnemelk, vla en yoghurt. Fructose komt onder andere voor in fruit, vruchtensappen en vruchtenyoghurt. Sacharose komt o.a voor in koek, gebak, snoep en frisdrank.

    Bron: http://www.runnersweb.nl/runnersweb/show/id=12998


  • Hartslagmeters 
    Elke wielertoerist of jogger die zijn hobby een beetje ernstig neemt, loopt of fietst tegenwoordig met een speciaal apparaatje rond de borst en de pols: een hartslagmeter.

    De hartslagmeter is een toestel dat de hartfrequentie, het aantal hartslagen per minuut, meet. Die hartfrequentie vertelt iets over hoe zwaar een inspanning is. Aan de hand daarvan kan een (duur)sporter zijn of haar training afstemmen op een niveau dat optimale trainingseffecten geeft: om de uithouding te trainen mag de hartslag immers niet te laag blijven (want dan is er nauwelijks een trainingseffect) maar ook niet te hoog oplopen (want dan traint men de weerstand in plaats van de uithouding). Vooral beginnende sporters hebben de neiging om te hard van stapel te lopen waardoor ze snel vermoeid raken en dikwijls ook snel afhaken.

    De snelheid die men haalt of het subjectieve vermoeidheidsgevoel zijn zeer onbetrouwbare methoden om de intensiteit van een inspanning te meten. Een beetje tegenwind maakt de training bv. véél intenser als men de snelheid constant houdt.

    De intensiteit van een inspanning moet voor iedereen individueel aangepast worden in functie van de trainingstoestand. Een intensiteit tussen 50 en 70 percent van het maximale inspanningsvermogen is hierbij meestal optimaal. In rust hebben de meeste mensen een hartslag die tussen 50 en 70 slagen per minuut ligt. De theoretische maximale hartslag bedraagt 220 slagen per minuut min de leeftijd in jaren. Iemand van 30 heeft dus theoretisch een maximale hartslag van 190, bij iemand van 60 jaar ligt hij rond de 160. Idealiter wordt het maximale inspanningsvermogen door een (sport)arts vastgesteld bij middel van een maximale inspanningsproef op een loopband of een testfiets.

    Er bestaan verschillende methodes om de hartslag te meten:

  • De meest eenvoudige methode is met de vingers de polsslag te voelen en het aantal slagen te tellen. Dat is niet erg handig wanneer men op de fiets zit of tijdens het lopen. Bovendien is het niet erg betrouwbaar.

  • De meest nauwkeurige methode is het elektrocardiogram dat door een hartspecialist wordt opgemaakt. Door middel van electrodes die op de borstkas en de rug gekleefd worden meet men de elektrische activiteit van de hartspier. Speciale cellen in het hart, de zgn. pace-makercellen, ontwikkelen een spontane elektrische activiteit waardoor de hartspier samentrekt. Elke keer dat er een prikkel vertrekt, wordt dit geregistreerd door een speciaal toestel, de elektrocardiograaf, en wordt het verloop van de prikkeling door het hart grafisch weergegeven.

    Maar zo'n elektrocardiograaf is niet echt handig om mee te nemen op de fiets of tijdens een joggingtochtje. Bovendien kunnen de elektrische impulsen van samentrekkende spieren de hartslagmeting verstoren.
     
  • Daarom werden er eenvoudiger toestelletjes ontwikkeld die even accuraat zijn als een klassieke ECG-meting. Het principe van de hartslagmeter is even eenvoudig als geniaal. De sporter legt een borstband aan waarin twee elektrodes zitten. Het elektrisch spanningsverschil van elke hartslag wordt gecapteerd en draadloos doorgezonden naar de ontvanger, een soort horloge dat men aan de pols draagt. Afhankelijk van het model kan dit horloge elke hartslag ('beat to beat') weergeven of een gemiddelde gedurende bv. 5, 15 of 60 seconden. Er bestaan ook toestellen met een ingebouwd computertje dat de hartslag constant registreert, waarin men bepaalde trainingsparameters kan opslaan, enz.

  • Er bestaan ook hartslagmeters die de bloeddoorstroming in de vinger of de oorlel registreren. Men plaatst daartoe een klip op de vinger of de oorlel waarin een lichtje zit. Per hartslag stroomt er even méér bloed door de ledematen en wordt de lichtstraal even onderbroken waaruit men dan de hartslag kan afleiden. Deze methode is echter niet altijd accuraat.

    Meer informatie over het trainen op hartslag kan je vinden op www.gezondheid.be

    Bron: http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=265



  • -0- -1- -2-